Je kan het zo gek niet bedenken of het is aftrekbaar

Rechtvaardigheid is ver te zoeken

Farshad Bashir

Professor Leo Stevens hoopt dat minister De Jager mij met een kluitje in het riet stuurt. Stevens schrijft dat in zijn column in de rubriek Recht & belastingen in Het Financieele Dagblad van afgelopen donderdag.

Hij ageert tegen mijn – zoals hij het noemt – komkommertijd-Kamervragen over de aftrekbaarheid van de lidmaatschapskosten van de golfclub. In plaats van de aftrekbaarheid van de kosten van de golfclub ter discussie te stellen zou ik volgens Stevens beter kunnen beginnen over regeldruk.

De aanleiding voor mijn schriftelijke Kamervragen aan de minister was een bericht over de eigenares van een kledingzaak die meent dat ze de kosten van het lidmaatschap van de golfclub moet kunnen aftrekken van de belasting. De Belastingdienst gaf haar geen gelijk, waarop ze naar de rechter stapte.

Die merkte de kosten aan als representatiekosten, waarmee mogelijk ook het precedent wordt geschapen dat meer mensen de kosten van de golfclub voortaan kunnen aftrekken.

Het gaat natuurlijk niet om deze specifieke zaak zelf. Het is slechts één van de vele voorbeelden. Het is dan ook niet van belang dat de vrouw in kwestie wel of niet het drempelbedrag voor de aftrek haalde.

Aan de orde is hier waar we met z’n allen de grenzen stellen als het gaat om het in aftrek kunnen brengen van kosten van bedrijfsactiviteiten, die eerder op vrijetijdsbesteding lijken. Als je er al mee wegkomt dat je je klanten voor je kledingzaak werft bij de golfclub, waar houdt het dan op?

Tegenwoordig kun je het zo gek niet bedenken of je kunt het aftrekken, de ene keer onder de noemer sponsorkosten, de andere keer onder de noemer representatiekosten. Denk maar aan kaarten voor een VIP-box, dure zeiltochten, racen op het autocircuit, de rotaryclub, noem maar op.

Volkomen doorgeslagen dus. Je zou zeggen dat het de hoogste tijd is voor betere regels. Emeritushoogleraar Stevens stelt echter dat door de aftrekbaarheid van de kosten te beperken, er meer regeldruk zou onstaan. Zo beredeneerd kun je echter beter flink wat aftrekposten afschaffen.

Maar dat is helemaal niet waar het hier in de eerste plaats om gaat. Waar het wel om gaat is hoe de overheid haar prioriteiten stelt. Door bezuinigingen van de overheid hebben bijvoorbeeld steeds minder kinderen de mogelijkheid om lid te worden van een sportclub.

Is het dan rechtvaardig om in een tijd van bezuinigingen wel de peperdure vrijetijdsbesteding van ondernemers mede door anderen te laten financieren?

De rechtvaardigheid is ver te zoeken. De grens is dan ook wat mij betreft hier bereikt. Er moet een einde komen aan het veel te gemakkelijk zetten van het stempel ‘zakelijk belang’ op persoonlijke hobby’s.

Farshad Bashir is lid van de Tweede Kamer voor de Socialistische Partij. Hij is woordvoerder fiscale zaken.

Bron: Het Financieele Dagblad, 20 september 2010