Friesland straks met vijf kamerleden aan de bal?

Friesland heeft nu vier eigen kamerleden, na de verkiezingen worden het er vermoedelijk vijf. Hoe belangrijk is dat? En wat is een Fries kamerlid eigenlijk?

Door Nynke Smedeman

Oké, de wedstrijd is nog niet begonnen, maar Friesland lijkt redelijke kaarten te hebben voor de parlementsverkiezingen op 9 juni. Het mag straks vier, misschien zelfs vijf spelers opstellen. Zittende CDA’ers Joop Atsma en Sander de Rouwe en PvdA’ers Lutz Jacobi en nieuwkomer Jacques Monasch maken een goede kans op speelminuten in het Haagse. Als korpschef Magda Berndsen (D66, plek 3) in Friesland blijft wonen, zijn het er zelfs vijf.

Andere provincies komen er beduidend minder goed af. Zo blijft in Zeeland de teller steken op één kamerlid en moet Drenthe het doen met drie kandidaten. Naar inwonertal klopt de som ook aardig: Friesland heeft zo’n 650.000 inwoners en is dus goed voor zo’n vijf of zes van de 150 zetels die over alle 16,5 miljoen Nederlanders vergeven worden.

Dat de Friese kanshebbers vooral te vinden zijn in CDA- en PvdA-kringen hoeft niemand te verbazen. Niet alleen het aantal inwoners, maar ook het aantal potentiële kiezers is van belang. Beide partijen zijn van oudsher sterk geworteld in plattelandsgebieden.

Een sterk regionale mix is dan belangrijk. Iedereen moet bij wijze van spreken kunnen stemmen op de buurman. Dat betekent wel dat het voor CDA’er Harry van der Molen, plek 44, lastig concurreren is met Sander de Rouwe (23) en Joop Atsma (7). Twee of drie Friezen vlak achter elkaar op de lijst, dat doe je niet. Wie weet hoe hoog De Rouwe was geëindigd als hij niet eerst Atsma voor zich moest dulden.

De PvdA komt dit keer met een sterk Randstedelijke top, pas vanaf halverwege de twintig doen regionalen mee. Een gebrek aan goede Friese kandidaten? We weten het niet. Hoe dan ook: dat de Amsterdamse Jacques Monasch wil verhuizen naar Sneek komt zijn partij vast goed uit.

De overige partijen hebben de regionale spreiding dit keer grotendeels losgelaten. Zo staat bij de ChristenUnie de eerste Fries, gedeputeerde Piet Adema, op plek 24. Noorderlingen gingen hem niet eens voor. Op de lijst van de PVV vinden we helemaal geen nog hier wonende Friezen.

Wie met een vergrootglas zoekt, vindt natuurlijk wel Fries bloed in de lagere regionen van bijna alle partijen. Deze provinciegenoten hebben een symbolische functie. Zij zijn de stemmentrekkers, bedoeld om provincies en stemmers te vriend te houden. Vaak willen deze lijstduwers niet eens de Kamer in, maar vinden ze het een eer of investeren ze in de toekomst als ze misschien wel naar Den Haag willen.

Denk in dit verband aan CDA’er Harry van der Molen uit Leeuwarden en SP’er Jos van der Horst uit Drachten (28). GroenLinksers Isabel Diks (25) en Irona Groeneveld (27) en ChristenUnie-gedeputeerde Piet Adema (24) willen de kamerbankjes niet in, maar zijn niet te beroerd hun naam uit te lenen.

Maar gelukkig kruipt er meer Fries bloed. Zo wemelt het op het Binnenhof van de buiten-Friezen, zij die in onze provincie geboren werden of er ooit een tijdje vertoefden maar inmiddels weer zijn verkast. Zo heeft de PVV Sietze Fritsma, D66 Pia Dijkstra, het CDA Eddy van Heijum en Sybrand van Haersma Buma, de PvdA Attje Kuiken en Diederik Samsom, de SP Farshad Bashir en Krista van Velzen, terwijl de VVD straks Malik Azmani, Betty de Boer en Halbe Zijlstra kan noteren als ooit-Friezen.

Dat lijkt op het eerste gezicht goed nieuws, maar is het niet per se. Deze mensen gelden namelijk niet als Fries kamerlid. Waarom niet? Simpelweg omdat de provincie er meestal niet meer aan heeft dan aan de andere 145 kamerleden die niet in Friesland wonen.

Toegegeven: wie ooit in Friesland woonde, heeft vast extra sympathie voor onze provincie. Maar in de praktijk levert dat weinig op. Speciale aandacht voor Friesland hadden bovengenoemde kamerleden niet of nauwelijks. Natuurlijk zetten ze zich bij tijd en wijle in voor Friese zaken, maar dat mag je van ieder kamerlid verwachten. Het is niet voor niets dat het provinciehuis de kieslijsten nauwlettend volgt.

Maakt het nou echt uit waar iemand woont? Een kamerlid zit voor het landsbelang, niet voor dat van Friesland, in de Kamer? Klopt, maar toch helpt het wel. De lijnen zijn korter, de taal vaak Fries. Bovendien moeten Friese kamerleden het, dat weten ze zelf als geen ander, vooral hebben van de stemmers in onze provincie.

Zij weten dat, hun partijen weten het, dus gunnen ze Friesland meer. Een pot geld voor een snelweg, een leuke proef, het wordt net allemaal wat makkelijker richting Friese grens geschoven.

Friesland doet met zijn kanshebbers keurig mee in de trend van deze verkiezingen om vooral met zittende kamerleden te komen. Atsma, De Rouwe, Jacobi, allen zitten ze al in Den Haag. Na de verkiezingen van 2006 keerden zeventig politici niet terug. Zo werd een schat aan parlementaire ervaring weggespoeld, luidde de kritiek. Daar lijkt men van geleerd te hebben. Als de partijen op 9 juni hetzelfde aantal zetels zouden halen als in 2006, zouden er ‘slechts’ 39 nieuwe kamerleden bijkomen.

Dromen kan altijd, dus heel misschien start Friesland na het fluitsignaal wel met zes kamerleden. Maar dat kan alleen als bookies ernaast zitten. Alleen dan maakt Anne-Wil Lucas uit Bakkeveen, met haar plek 29 op de VVD-lijst, een kans. Bij topsport is alles mogelijk.

Bron: Leeuwarder Courant, 24 april 2010