‘Echte conflict is tussen gelovige en ongelovige’

Achter het internationale vijanddenken tussen moslims en niet-moslims gaat de werkelijke confrontatie schuil: die van gelovigen en ongelovigen. Gelooft de filosoof Bart Brandsma.

Door Wim Schrijver

Betreurenswaardig vindt Bart Brandsma, documentairemaker en journalist, de rel die is losgebarsten om de uitspraken van paus Johannes Paulus II over de band tussen islam en geweld. ,,De paus heeft weer de controverse van moslims en niet-moslims versterkt. Maar daar gaat het wezenlijk niet om.’’


Met vlaggen en fakkels werd gisteren, op de internationale dag van de vrede, in de Leeuwarder binnenstad een vredestocht gehouden. Die eindigde bij de Waalse Kerk, waar een kaars met een fakkel werd aangestoken en de kerk binnengedragen. Het Leeuwarder raadslid Farshad Bashir (SP) zwaaide met de vredesvlag.

Brandsma sprak gisteren in Leeuwarden op de avond van de internationale dag van de vrede op uitnodiging van het Fries Vredesplatform over het thema van de Vredesweek: ‘De ander dat ben jij’. Zijn onlangs verschenen boek heet ‘De hel, dat is de ander’. ,,Als je het verschil in titels ziet, zou je denken: de organisatie moet een vergissing hebben gemaakt.’’

De titel van zijn boek, dat het verschil in denken van moslims en niet-moslims beschrijft, ontleende Brandsma aan een toneelstuk van Jean-Paul Sartre, waarin de hel wordt voorgesteld als een fraaie kamer waarin de drie aanwezigen tot ‘de blik van de ander’ zijn veroordeeld. Het drietal kiest na negeren en beleefd doen uiteindelijk voor de afzondering.

Die laatste optie is volgens Brandsma na de aanslagen van 11 september 2001 onder leiding van de Amerikaanse president George Bush direct gekozen: ,,Wie niet voor ons is, is tegen ons.’’ Brandsma: ,,Dat was een regelrechte oproep tot tweedeling.’’ Een tweedeling die neerkwam op een confrontatie van de islamitische en niet-islamitische wereld.
,,Ik ben ervan overtuigd’’, aldus Brandsma, ,,dat de werkelijk confrontatie niet plaatsvindt tussen geloven, maar tussen gelovigen en ongelovigen.’’ Tussen mensen, legde hij uit, voor wie het geloof allesbepalend is en degenen voor wie geloof een zwaktebod is. ,,Je gelooft iets als je het niet zeker weet. Voor hen zijn geloof en twijfel één.’’ Orthodoxe christenen kunnen zich volgens Brandsma bijvoorbeeld vaak beter herkennen in de moraal van moslims dan die van niet-christenen.

Illustratief voor de wereld van verschil die tussen beide groepen ligt, vond Brandsma de Deense cartoonkwestie. ,,Het ging om ongelovigen voor wie niets heilig is, voor wie vrijheid van meningsuiting het hoogste goed is, en om gelovigen die zich niet zo zeer stoorden aan de prentjes dan wel aan de houding van de ander.’’

Om werkelijk de tweedeling op te heffen moet je niet alleen jezelf, maar ook de ander kennen, gelooft Brandsma, die daarop tot de beschrijving van twee menselijke soorten kwam. Aan de ene kant is daar de ‘homo islamicus’, onder meer gekenmerkt door het plichtsdenken, het verantwoording moeten afleggen aan God. Aan de andere kant is er de ‘homo secularis’, de verlichte mens, bij wie de nadruk op rechten en geluk en ook het superioriteitsdenken opvalt.

De kloof tussen beide menselijke soorten is groot, aldus Brandsma. Zeker in een land als Nederland is het begrip voor de gevoeligheden van de gelovige verdampt. ,,Een geseculariseerd land als het onze is een grote uitzondering op het wereldtoneel. Religie speelt verder overal een enorme rol.’’

Het zou in de ogen van Brandsma goed zijn wanneer de ‘homo secularis’ inziet dat hij ook onwrikbare waarheden heeft die hem heilig zijn. Zoals mensenrechten of de gelijkwaardige positie van man en vrouw. ,,Begrijp me goed, ik vind dat wij het op deze punten het beste voor elkaar hebben en wil dat niet opgeven. Maar in andere culturen leeft ook eenzelfde vaste overtuiging.’’

Bron: Leeuwarder Courant, 22 september 2006