De loden koker van Mercurius

Nu het plan Nieuw Zaailand doorgaat, verhuist allereerst de Mercuriusfontein. Dat is goed nieuws. De fontein is indertijd van zijn lommerrijk plantsoen beroofd en kreeg er een lelijk winkelcentrum voor terug. Alsof dat nog niet erg genoeg was, verwierf ze hier vervolgens haar dubieuze reputatie van hang- en dealplek voor het schuim van de stad.

De fontein kan dus alleen maar baat hebben bij een verhuizing, De gemeente heeft beslist dat ze op het plein tegenover de Beurs komt te staan. Geen slechte keus: de historische link met het beursgebouw blijft bewaard. Een tweede argument om het monumentale kunstwerk hierheen te verhuizen is dat het kale beursplein mettertijd weer een plantsoen kan worden. Op de oude plataan na is alles hier zo’n zes jaar geleden rigoureus gekapt.

De Socialistische Partij Leeuwarden is tegen de verhuizing. In de actiekrant die zij uitgaf ter gelegenheid van het Zaailand-referendum, beweert zij dat de Mercuriusfontein niet zonder ernstige schade verhuisd kan worden, omdat deze ,,een ondeelbaar geheel vormt met de forse ondergrondse betonnen waterkamers en pompruimtes’’. Technisch onderzoek zou dat hebben uitgewezen toen men in verband met de bouw van het huidige winkelcentrum de fontein ook al weg wilde hebben. Dat moet dan een ondeugdelijk onderzoek zijn geweest, want het is onzin. Toch hoorde ik gisteren het SP-raadslid Farshad Bashir de onzin herhalen voor de camera van Omrop Fryslân.

Stedenbouwkundig ambtenaar Tjeerd Brouwer legde uit dat het in feite een bouwpakket is. Je kunt het zonder pijn demonteren en weer opbouwen. Dat lijkt me logisch, want zo is de fontein ook aangelegd. Bij de onthulling op 3 oktober 1923 heeft toenmalig VVVvoorzitter Roelof Buisman gewezen op het vernuft van de ontwerper prof. Gustav A. Bredow. Buisman, als boterexporteur een bereisd man, was deze internationale kunstenaar op het spoor gekomen in Buenos Aires, waarvoor hij een soortgelijk beeld had ontworpen. Sindsdien doet het verhaal opgeld, dat het monument eerst voor de Argentijnse hoofdstad bestemd was geweest. Een onuitroeibare mythe.

Het in elkaar zetten van het in gedeelten per trein aangevoerde Mercurius-bouwpakket heeft alles met elkaar zo’n anderhalf jaar geduurd. Al die tijd hebben de Leeuwarders tegen een grote houten schutting aangekeken. De Leeuwarders eigen, was het commentaar niet van de lucht, vooral niet nadat er onderdelen van het monument boven de schutting uitstaken. ,,Soa klobberich, soa houterich, soa lompen…’’ Maar nadat de schutting was weggehaald, verstomde de kritiek.

Waar ik benieuwd naar ben is of bij de demontage de loden buis voor het licht komt, die, zoals de geruchten willen, een papier zou bevatten met de namen van alle mensen die op de een of andere manier bij de bouw van de fontein betrokken zijn geweest. In een brief in ’t Kleine Krantsje van 1 januari 1989 vroeg R.K Dijkstra uit Leeuwarden aan redacteur Fenno Schoustra of die hier meer van wist: ,,Mijn schoonvader Lambert Arentshorst, indertijd loodgieter bij de firma Wijbenga op de Put, moet daarop ook nog vermeld staan.’’

Zolang de fontein niet is gesloopt, zullen we het nooit weten, antwoordde Schoustra. In de stukken en tekeningen op het gemeentearchief was hij geen ingemetselde loden buis tegengekomen, maar dat wilde niet zeggen dat de buis niet bestaat. Vroeger gebeurde het immers wel meer dat dergelijke ‘herinneringen’ werden ingemetseld…

Op 1 maart 1989 reageerde Henk Boersma uit Goor: ,,Hetzelfde is mij in 1939 verteld door Chris Kerkhof, die als timmerman ook aan de fontein heeft gewerkt. Hij sprak over een loden koker met namen van medewerkers en enige geldstukken. Het is geen officiële gebeurtenis geweest en het is dus niet geregistreerd.’’

Pieter de Groot

Bron: Leeuwarder Courant, Harje, 8 juni 2006